Branche erkend
ISO gecertificeerd
|
|
Dwingt Duitsland de CO2-airco af? |
|
Vanaf 2011 mag in nieuwe autotypes geen airco met R134a meer toegepast worden. Over het alternatief voor dit koudemiddel wordt nog druk gesteggeld. Het wordt zaak nu snel knopen door te hakken. Het Duitse milieuministerie stelt voor dat Duitse autofabrikanten een doorbraak van airco met CO2 gaan afdwingen. Wordt dit echt het aircosysteem van de toekomst?
Er moet een vervanger komen voor het nu gebruikte airco-koelmiddel R134a. Wordt het CO2 of HFO1234yf?
Meermaals gingen we al in op het einde van de R134a airco zoals we nu kennen, en wat daarna komt. Het wordt inmiddels een soort soap-serie, met eindeloos veel afleveringen maar geen duidelijk einde. “Maak de belofte waar” Vanaf 2011 verbieden EU-regels in nieuwe autotypes een airco met R134a-koudemiddel. Naast dit koolwaterstoffluoride is kooldioxide als broeikasgas een volstrekt watje, met een 1430 keer kleiner broeikaseffect. Koudemiddel mag straks hooguit 150 maal zoveel broeikaseffect hebben als CO2. Nu kun je CO2 zelf als koudemiddel gebruiken, en dan zit je hartstikke veilig. Alleen is een volstrekt andere airco-installatie nodig. Om dat te voorkomen werd het alternatief HFO1234yf ontwikkeld. Dat kan rechtstreeks R134a vervangen, in dezelfde installatie, en heeft 4 maal het broeikaseffect van CO2. Maar de ontwikkeling van de R744 (CO2) airco liep al. Bij de Frankfurtse autoshow najaar 2007 zou de VDA, de vereniging van de Duitse auto-industrie, beloofd hebben “als eerste ter wereld R744-airco te zullen toepassen”. Daaraan wil het Umweltbundesamt ze nu houden.
Het Duitse milieuministerie pleit voor CO2.
Veiligheidsrisico’s HFO1234yf Tot heden ziet het Duitse milieuministerie namelijk weinig concrete actie om werkelijk auto’s met CO2-airco te brengen. Terwijl het ministerie erop wijst dat aan HFO1234yf als alternatief ook veiligheidsrisico’s kleven, “die tot heden niet voldoende meegewogen zijn”. Er zouden bij brand giftige gassen gevormd worden, als het koudemiddel zelf meeverbrandt. Hetgeen de Japanse autoriteiten er niet van weerhield medio 2009 te besluiten onbeperkt import en productie van HFO1234yf toe te staan. Vooral omdat R744-koelmiddel nog broeikasveiliger is wil het Duitse milieuministerie nu dat de Duitse auto-industrie het goede voorbeeld aan de wereld geeft, met een overstap op CO2-airco.
Voordeel van HFO1234yf is dat het werkt in bestaande airco-installaties. Voor het koelen met CO2 is een nieuwe, duurdere airco-installatie nodig.
Welke gaat het worden? Het is onwaarschijnlijk dat de industrievereniging VDA eraan wil om als wereldverbeteraar op te treden. Vorig jaar pleitte de voorzitter juist voor een wereldomspannend besluit, of het nu R744 of HFO1234yf moet worden. De VDA beloofde niet rechtstreeks R744-airco in te voeren. Duitsland zou als eerste een ‘milieusparende auto-airco’ brengen. Daaronder valt ook HFO1234yf. De VDA wees erop dat het merendeel van de Duitse auto’s geëxporteerd wordt, en de industrie zich geen ‘alleingang’ met afwijkende, duurdere techniek kan permitteren. Wat niemand wil is een onbesliste strijd, waarbij beide nieuwe koudemiddelen in gebruik komen. Met verschillende koelinstallaties, en verschillende serviceapparatuur. Maar de VS is sterk vóór de goedkoper en makkelijker oplossing met HFO1234yf, Japan is er niet tegen, maar ook niet tegen R744.
Een doorbraak van CO2-aircoinstallaties betekent voor het garagebedrijf in elk geval investering in nieuwe equipment.
Dit jaar kiezen Volgens koelmiddelproducent Dupont zou 69% van de Europese industrie voor HFO1234yf zijn. Collega Honeywell heeft zelfs een speciale site ingericht voor dit samen ontwikkelde koudemiddel. Maar niemand durft R744-airco, en de daarin gestoken ontwikkelkosten, te begraven. Dit jaar moeten autofabrikanten echt kiezen, welke airco in hun nieuwe modellen voor 2011 komt. Van die keus hangt af of het autobedrijf zal moeten investeren in training en serviceapparaten voor CO2-airco. Of dat alles bij het oude blijft op dit punt, met de overstap op HFO1234yf. Of het ergste, dat voor de nabije toekomst met allebei de alternatieven gerekend moet worden. Bron komt van: Peter Fokker (Redactie Auto & Motor TECHNIEK)
|
|